Risico’s
Elke behandeling kent zijn eigen risico’s en de implantologie is hierop geen uitzondering.
Hoewel de risico’s relatief gering en niet levensbedreigend zijn, moeten ze toch
wel worden vermeld. Om problemen bij implantaten snel te herkennen en voorspelbaar
te kunnen behandelen geldt:
- Een vroege diagnose is cruciaal. Het is dus belangrijk te implantaten te laten controleren.
- Problemen moeten zo snel mogelijk behandeled worden, anders kunnen ze onbehandelbaar
worden.
- Behandeling van complicaties moet competent en systematisch plaatsvinden.
Bij een implantologische behandeling kunnen verschillende complicaties optreden.
De belangrijkste zijn hieronder vermeld.
Pre-operatief
Voor de operatie zijn er uiteraard niet veel zaken die fout kunnen gaan. Toch is
er een aantal zaken dat de aandacht verdient.
- Ziekte - Het kan voorkomen dat een patiënt vlak voor de ingreep ziek wordt. In dat
geval is het beter om de implantatie uit te stellen totdat de patiënt weer beter
is, omdat ziekte de weerstand verlaagt en de kans op andere complicaties groter wordt.
- Ontsteking - Bij het begin van de behandeling komt het vaak voor dat het eigen niet
te behouden gebitselement moet worden verwijderd. De reden hiervoor is bijvoorbeeld
breuk of ontsteking. Na het extraheren moet er circa 5 à 6 weken worden gewacht met
implanteren totdat het lichaam de kans heeft gehad de aanwezige resten van de ontsteking
op te ruimen. Dit geschiedt in bijna alle gevallen probleemloos. In een enkel geval
geneest de wond echter niet optimaal en blijft de ontsteking bestaan. In dat geval
moet de ontsteking opnieuw worden verwijderd en zal er opnieuw gewacht moeten worden
met implanteren. Als vuistregel geldt dat men niet in een ontstoken kaak kan implanteren.
Operatie
Tijdens de operatie kunnen er verschillende zaken mis lopen. De meeste kunnen en
zullen worden voorkomen door een ervaren behandelaar met een goede pre-operatieve
planning en een optimale technische uitrusting. Toch kunnen er grensgevallen voorkomen
waarin van te voren niet geheel duidelijk kan zijn hoe het resultaat eruit zal zien.
Een ervaren chirurg zal hierop meestal voor de ingreep al op wijzen. De belangrijkste
complicaties zijn:
- Pathologie - Soms zijn er ontstekingen of cyste aanwezig die op een rontgenfoto niet
zichtbaar zijn (bijvoorbeeld in de kaakholte). Dit soort problemen komen tijdens
de ingreep aan het licht en leiden dan tot het behandelen van het probleem maar vaak
ook tot het uitstellen van het plaatsen van de implantaten.
- Beschadiging - Om een implantaat in een kaak te kunnen plaatsen zal er een opening
moeten worden gemaakt. Dit doet de chirurg d.m.v. speciale boren. Als het boren juist
gebeurt zal het implantaat op de juiste plaats en in de juiste richting geplaatst
worden anders kan het gebeuren dat het implantaat zich niet geheel in het bevindt
of dat er beschadigingen aan de kaakholte of zenuwen optreden.
Post-operatief
Na de ingreep kunnen er, net als bij iedere operatieve behandelingen, verschillende
nabezwaren en complicaties optreden.
- Pijn - Na iedere chirurgische ingreep kan er wat napijn optreden dus ook na implanteren.
Omdat we het plaatsen van implantaten alleen uitvoeren als de kaak geheel gezond
is hebben onze patienten meestal weinig napijn. U hoeft niet bang te zijn voor pijn
na de behandeling, dit kan effectief bestreden worden. Meestal is het gebruik van
paracetamol voldoende. Gebruikt u geen Aspirine!
- Zwelling - Twee tot vier dagen na de ingreep kan er zwelling en soms een blauwe plek
optreden. Dit is niet verontrustend en zal vanaf de vijfde dag minder worden. Deze
zwelling kan bij iedere operatieve ingreep optreden.
- Dehiscentie - Na de ingreep is de wond gehecht. De hechtingen houden de wondranden
tegen elkaar zodat de wond kan genezen. Door de postoperatieve zwelling kan er spanning
op de wondranden komen te staan waardoor de wond weer kan opengaan. Dit is uiteraard
niet de bedoeling en leidt tot een vertraging in de wondgenezing. De kans op dehiscentie
wordt veel kleiner door de prothese minimaal een week niet te dragen.
- Ontsteking - Na iedere chirurgische ingreep kan er een ontsteking optreden. Indien
er een verhoogd risico bestaat zullen we u daarom na de ingreep een antibioticum
voorschrijven. U dient deze medicamenten streng volgens het voorschrift te nemen.
Roken heeft een negatieve invloed op de doorbloeding van het tandvlees wat een verminderde
afweer tegen ontstekingen en een slechtere wondgenezing tot gevolg heeft. Het beste
rookt u de eerste dagen na de ingreep niet.
- Nabloeding - Met name als de patient bloedverdunnende medicamenten gebruikt kan het
tot nabloedingen komen. Er kan in dat geval een zakdoek tot een prop gemaakt worden
waarop 15 minuten dichtgebeten kan worden. Indien dit niet helpt moet er contact
met de behandelaar worden opgenomen. Het gebruik van alcoholische dranken verhoogt
de kans op nabloedingen. De eerste twee dagen na de ingreep dient u alcohol te vermijden.
- Inhelingsfase - Gedurende de inhelingsfase (3 tot 6 maanden) zullen zich de implantaten
normaal gesproken onder de mucosa bevinden en dus niet te zien zijn.
- Perforatie - Er kan zich een opening boven een implantaat bevinden doordat de wond
hier niet goed gesloten is. Ook later kan er een opening ontstaan, bijvoorbeeld
doordat een prothese druk uitoefend op een dunne mucosa. Als het vrijliggende deel
van het implantaat goed schoon te houden is hoeft de perforatie op zich geen probleem
te zijn. Vaak echter is het implantaat niet schoon te houden en opeenhoping van tandplak
kan dan tot ontstekingen leiden. Een vrijliggend implantaat is altijd een reden om
contact met de behandelaar op te nemen.
- Niet inhelen van het implantaat - Het niet vastgroeien van een implantaat in de kaak
zal meestal het gevolg zijn van ontsteking of het te vroeg belasten door kauwen.
Dit is waarom wij de implantaten altijd eerst laten vastgroeien voordat de kroon
of brug hierop wordt vastgemaakt. In een enkel geval (minder dan 1 op 1000) blijkt
een implantaat na de inhelingsperiode niet te zijn vastgegroeid terwijl we ook na
uitvoerige medisch en tandheelkundig onderzoek niet kunnen vaststellen waar dit aan
heeft gelegen.